ECLI:NL:CRVB:2007:BB8607
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- E. Dijt
- A.T. de Kwaasteniet
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WAO-uitkering en vaststelling dagloon met toekenning wettelijke rente
Appellante stelde beroep in tegen een besluit van het UWV waarin haar een WAO-uitkering werd geweigerd wegens een arbeidsongeschiktheid van minder dan 15%. De rechtbank vernietigde dit besluit vanwege een ontoereikende arbeidskundige beoordeling en kende appellante een uitkering toe. Het UWV nam vervolgens een nieuw besluit waarbij een WAO-uitkering werd toegekend met een mate van arbeidsongeschiktheid van 25 tot 35% en een vastgesteld dagloon.
Appellante was het niet eens met dit nieuwe besluit en stelde hoger beroep in bij de Centrale Raad van Beroep. De Raad oordeelde dat het nieuwe besluit niet volledig tegemoet kwam aan het beroep van appellante, maar dat de toekenning van de WAO-uitkering correct was. De Raad liet een onafhankelijk medisch onderzoek uitvoeren, dat het oordeel van de verzekeringsarts bevestigde.
Daarnaast kende de Raad appellante wettelijke rente toe over de periode waarin de uitkering ten onrechte was geweigerd. Verzoeken om vergoeding van fiscale schade werden afgewezen wegens onvoldoende concretisering. Het beroep tegen het nieuwe besluit werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het beroep tegen het tweede besluit wordt ongegrond verklaard, de vernietiging van het eerste besluit bevestigd en wettelijke rente toegekend wegens onterechte weigering van de WAO-uitkering.