ECLI:NL:CRVB:2007:BB8969
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging intrekkingsbesluit bijstandsuitkering wegens onjuiste wettelijke grondslag
Appellant ontving bijstand op grond van de Algemene bijstandswet (Abw) van 1 augustus 2002 tot 9 december 2003. Later bleek dat appellant niet had gemeld dat hij over meerdere bankrekeningen beschikte, wat een schending van zijn inlichtingenverplichting vormde. Het College van burgemeester en wethouders van Alkmaar trok daarom de bijstand in en verklaarde het bezwaar ongegrond.
De rechtbank bevestigde dit besluit, maar de Centrale Raad van Beroep constateerde dat het College ten onrechte de Abw als wettelijke grondslag had gebruikt, terwijl de Wet werk en bijstand (WWB) vanaf 1 januari 2004 van toepassing was. Hierdoor ontbrak een juiste wettelijke basis voor het besluit op bezwaar, wat tot vernietiging leidde.
De Raad oordeelde dat de schending van de inlichtingenverplichting van appellant wel terecht was vastgesteld en dat het College bevoegd was de bijstand in te trekken op grond van artikel 54 WWB Pro. De rechtsgevolgen van het vernietigde besluit bleven in stand. Tevens werd het College veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit op bezwaar wordt vernietigd wegens onjuiste wettelijke grondslag, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.