ECLI:NL:CRVB:2007:BB8993
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C. van Viegen
- R.H.M. Roelofs
- L.H. Waller
- Rechtspraak.nl
Beëindiging bijstandsuitkering wegens bezit onroerend goed en schending inlichtingenplicht
Appellante ontving sinds 1989 een bijstandsuitkering op grond van de WWB. Naar aanleiding van een anonieme melding over haar bezit van huizen in Suriname vroeg het College om informatie en liet een onderzoek uitvoeren. Op basis van de verkregen gegevens beëindigde het College de bijstand per 16 december 2005 wegens overschrijding van het vrij te laten vermogen.
Appellante maakte pas in januari 2007 melding van het bezit van een perceel met woning in Suriname, dat zij sinds 1983 in eigendom had. Zij stelde een schuld aan haar broer te hebben die deels met de overdracht van het onroerend goed in 2006 was vereffend. De Raad oordeelde dat deze schuld niet aannemelijk was en dat appellante onvoldoende duidelijkheid gaf over haar financiële positie, waardoor zij haar inlichtingenplicht schond.
De Raad verwierp ook de door appellante aangevoerde argumenten over de waarde van het onroerend goed, omdat de taxatierapporten en verkoopakte onvoldoende inzicht boden. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard, de aangevallen uitspraak bevestigd en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: De bijstandsuitkering van appellante wordt terecht beëindigd wegens schending van de inlichtingenplicht en bezit van vermogen boven de vrijlatingsgrens.