ECLI:NL:CRVB:2007:BB9029
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- H.J. de Mooij
- Rechtspraak.nl
Beoordeling terugkomen van besluit tot toekenning AOW-pensioen met terugwerkende kracht
Appellant had een AOW-pensioen toegekend gekregen met een korting vanwege niet-betrokken verzekeringsjaren. Na verzoeken om herziening met terugwerkende kracht tot 1996, besloot de Sociale verzekeringsbank (Svb) het pensioen slechts met terugwerkende kracht tot juni 1998 te verhogen tot 76% van het volledige pensioen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde.
De Raad oordeelde dat het hoger beroep tegen het eerdere besluit niet-ontvankelijk was, omdat het nieuwe besluit van 5 juni 2007 het eerdere verving. De Raad beoordeelde vervolgens het beleid van de Svb omtrent terugkomen van ambtshalve genomen besluiten en vond dat het beleid rechtmatig was: terugkomen is mogelijk bij onmiskenbare onjuistheid door een fout van de Svb, met een maximale terugwerkende kracht van vijf jaar.
Verder stelde appellant dat de vergoeding voor rechtsbijstand in bezwaar te laag was vastgesteld. De Raad vond dat de Svb ten onrechte een wegingsfactor had toegepast en verhoogde de vergoeding. De Raad vernietigde het besluit over de vergoeding en veroordeelde de Svb tot betaling van proceskosten aan appellant.
Uitkomst: Hoger beroep niet-ontvankelijk voor het eerdere besluit; beroep ongegrond voor het nieuwe besluit behalve voor vergoeding rechtsbijstand die wordt verhoogd.