ECLI:NL:CRVB:2007:BB9173

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
30 november 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
07-711 WAO
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:19 AwbArt. 8:75 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep wegens volledige tegemoetkoming UWV in WAO-uitkering

Appellant stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Leeuwarden waarin het UWV de verlaging van zijn WAO-uitkering had gehandhaafd. De rechtbank vernietigde het besluit omdat het UWV onvoldoende had gemotiveerd dat appellant de geduide functies kon verrichten. Vervolgens heeft het UWV bij een nieuw besluit de bezwaren van appellant gegrond verklaard en de mate van arbeidsongeschiktheid verhoogd naar 80-100%, inclusief vergoeding van proceskosten en griffierecht.

Appellant gaf aan nog belang te hebben bij een uitspraak van de Raad vanwege toekomstige herbeoordelingen en de vraag of het oude Schattingsbesluit op hem van toepassing is. Het UWV stelde echter dat het oude Schattingsbesluit wettelijk blijft gelden en dat er geen sprake is van een ziektewetuitkering.

De Raad concludeerde dat het UWV appellant volledig tegemoet is gekomen en dat daardoor het hoger beroep niet-ontvankelijk is. De Raad veroordeelde het UWV tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht aan appellant.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat het UWV appellant volledig tegemoet is gekomen.

Uitspraak

07/711 WAO
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[appellant] (hierna: appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank Leeuwarden van 21 december 2006, 06/788 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellant
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).
Datum uitspraak: 30 november 2007
I. PROCESVERLOOP
Namens appellant heeft A.C. van Bekkum-Drost, werkzaam bij CNV Bedrijvenbond te Drachten, hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 19 oktober 2007. Partijen zijn – na bericht ter zake – niet verschenen.
II. OVERWEGINGEN
Bij besluit van 9 februari 2006 (bestreden besluit 1) heeft het Uwv, beslissende op bezwaar, de verlaging van de WAO-uitkering van appellant per 14 september 2005 naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 55-65% gehandhaafd en die uitkering per 20 september 2005 ongewijzigd vastgesteld naar diezelfde mate van arbeidsongeschiktheid.
De rechtbank heeft bij de aangevallen uitspraak het beroep van appellant tegen dat besluit gegrond verklaard en het besluit vernietigd. De rechtbank is van oordeel dat het Uwv de medische situatie van appellant goed heeft ingeschat. Het Uwv heeft evenwel onvoldoende gemotiveerd dat appellant de geduide functies kan verrichten.
Bij besluit van 22 februari 2007 (bestreden besluit 2) heeft het Uwv alsnog de bezwaren van appellant gegrond verklaard en bepaald dat de mate van arbeidsongeschiktheid van appellant per 14 september 2005 en per 20 september 2005 80-100% bedraagt. Daarbij is aangegeven dat er onvoldoende functies zijn te duiden om de schatting op te baseren. Voorts is aangegeven dat het Uwv de proceskosten en het griffierecht en – indien daarop recht bestaat – de wettelijke rente zal vergoeden.
Naar aanleiding daarvan heeft appellant aangegeven dat hij nog belang heeft bij een uitspraak van de Raad omdat hij er met het oog op eventuele toekomstige herbeoordelingen belang bij heeft dat vast komt te staan dat de wijzigingen zoals neergelegd in het Schattingsbesluit op 18 augustus 2004, Stb. 434, niet op hem van toepassing zijn. Appellant heeft voorts gesteld dat hij er belang bij heeft dat vast komt te staan dat het toekennen van een ziektewetuitkering impliceert dat hij ook arbeidsongeschikt is voor de in het kader van de WAO geduide functies.
In reactie hierop heeft het Uwv bij brief van 9 oktober 2007 aangegeven dat – gelet op zijn leeftijd – wettelijk geregeld is dat voor appellant het oude Schattingsbesluit van toepassing blijft. Het Uwv stelt voorts dat in casu geen sprake is van toekenning van een ziektewetuitkering, zodat voor een standpunt daarover thans geen ruimte is.
Nu de uitkering van appellant alsnog per data in geding is berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100% en tevens de in bezwaar gemaakte proceskosten zijn vergoed, is het Uwv naar het oordeel van de Raad volledig aan appellant tegemoet gekomen. Dit brengt enerzijds mee dat het besluit van 22 februari 2007 ingevolge artikel 6:19, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) niet in het lopende hoger beroep wordt meegenomen en anderzijds dat appellant geen belang meer heeft bij een toetsing van de aangevallen uitspraak en het bestreden besluit.
De door appellant opgeworpen vragen – voorzover deze nog niet beantwoord zijn in de brief van het Uwv van 9 oktober 2007 – kunnen bij een toekomstige beoordeling aan de orde komen.
Dit leidt tot een niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep met vergoeding van proceskosten en griffierecht.
De Raad acht termen aanwezig om op grond van artikel 8:75 van Pro de Awb het Uwv te veroordelen in de proceskosten van appellant in hoger beroep. De kosten worden begroot op € 322,= voor verleende rechtsbijstand in hoger beroep.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk;
Veroordeelt de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen in de proceskosten van appellant in hoger beroep tot een bedrag groot € 322,=, te betalen door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen;
Bepaalt dat het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen aan appellant het betaalde griffierecht van € 105,= vergoedt.
Deze uitspraak is gedaan door I.M.J. Hilhorst-Hagen. De beslissing is, in tegenwoordigheid van A.C.W. Ris-van Huussen als griffier uitgesproken in het openbaar op 30 november 2007.
(get.) I.M.J. Hilhorst-Hagen.
(get.) A.C.W. Ris-van Huussen.
MH