ECLI:NL:CRVB:2007:BB9176
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van der Net
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring van bezwaar tegen korting WAO-basispremie wegens ontbreken van gronden
De zaak betreft een hoger beroep van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen tegen een uitspraak van de rechtbank Arnhem die het bezwaar van betrokkene tegen een besluit over korting op de WAO-basispremie gegrond verklaarde. Betrokkene had een pro forma bezwaarschrift ingediend zonder concrete gronden, met het verzoek om nadere specificatie van de berekening.
Appellant heeft betrokkene meerdere malen in de gelegenheid gesteld om de gronden van het bezwaar binnen een gestelde termijn aan te leveren. Bij uitblijven daarvan verklaarde appellant het bezwaar niet-ontvankelijk. De rechtbank oordeelde echter dat het bezwaarschrift wel een grond bevatte, omdat betrokkene aannemelijk maakte dat de berekening niet inzichtelijk was.
De Centrale Raad van Beroep stelt dat het bezwaarschrift geen concrete bezwaargrond bevatte, maar slechts een verzoek om nadere informatie om het bezwaar te kunnen motiveren. Omdat betrokkene ook na gelegenheid daartoe geen gronden heeft ingediend, was het niet-ontvankelijk verklaren van het bezwaar door appellant terecht. De Raad vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de korting op de WAO-basispremie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van concrete gronden.