ECLI:NL:CRVB:2010:BO3527
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- R. Kooper
- O.L.H.W.I. Korte
- Rechtspraak.nl
Beoordeling niet-ontvankelijkheid bezwaar bij uitstelverzoek gemachtigde wegens ziekte
De zaak betreft een hoger beroep van het UWV tegen een uitspraak van de rechtbank die het bezwaar van betrokkene tegen correctie- en boetenota's gegrond verklaarde. Het bezwaar was door het UWV niet-ontvankelijk verklaard omdat de gronden niet tijdig waren ingediend. Betrokkene had echter uitstel gevraagd wegens ziekte van zijn gemachtigde.
De rechtbank oordeelde dat het UWV niet in redelijkheid het bezwaar niet-ontvankelijk kon verklaren, omdat het uitstelverzoek verband hield met overmacht door ziekte. De Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel en overweegt dat het UWV onvoldoende gewicht heeft toegekend aan het belang van een goede heroverweging van het primaire besluit door de gemachtigde.
De Raad stelt dat het UWV, ondanks zijn beleid, in redelijkheid het gevraagde uitstel van vier weken had moeten verlenen, mede omdat de voortgang van de procedure daardoor niet onnodig werd vertraagd. Het beroep van het UWV dat een vervanger summiere gronden had kunnen indienen, wordt verworpen. De Raad bevestigt de vernietiging van het besluit en bepaalt dat een nieuw besluit op bezwaar moet worden genomen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het bezwaar niet-ontvankelijk verklaren onredelijk was en vernietigt het besluit, met opdracht tot een nieuw besluit op bezwaar.