ECLI:NL:CRVB:2007:BB9177
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van vaststelling arbeidsongeschiktheid bij herziening WAO-uitkering
Appellant stelde in hoger beroep dat mogelijk sprake was van een hernia, wat zou kunnen duiden op een toegenomen arbeidsongeschiktheid door een oude ziekteoorzaak. Tevens verzocht appellant om benoeming van een onafhankelijke medische deskundige. De rechtbank had het beroep van appellant eerder ongegrond verklaard, omdat het UWV was uitgegaan van juiste medische beperkingen.
De Raad overwoog dat de bezwaarverzekeringsarts alle relevante medische informatie, inclusief die van de huisarts en radioloog, had betrokken en appellant had onderzocht. Uit deze gegevens bleek geen sprake van een verergering van de nek- en schouderklachten, maar wel van een verslechtering van de gezondheidstoestand door een andere ziekte (astma en allergische rhinitis).
De Raad zag geen aanleiding om te twijfelen aan het oordeel van de bezwaarverzekeringsarts en vond geen reden voor het benoemen van een onafhankelijke deskundige. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en het besluit van het UWV bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit van het UWV wordt bevestigd.