ECLI:NL:CRVB:2007:BB9224
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van afwijzing hoger beroep tegen intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant stelde hoger beroep in tegen het besluit van het UWV waarin zijn WAO-uitkering werd ingetrokken op grond van een arbeidsongeschiktheid van minder dan 15%. Eerder had de rechtbank Arnhem het bezwaar van appellant gegrond verklaard en het UWV opgedragen nieuwe beslissingen te nemen, omdat de arbeidskundige motivering ontbrak. In de bestreden uitspraak verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond, omdat het UWV volgens haar de uitspraak van 19 april 2004 correct had uitgevoerd.
De Centrale Raad van Beroep overweegt dat het medische deel van de schatting onbetwist is en niet meer ter discussie staat, aangezien appellant daartegen niet in hoger beroep is gegaan. De Raad sluit zich aan bij de rechtbank dat het arbeidskundige deel van de schatting nu voldoende gemotiveerd is en dat de geduide functies passend zijn. De Raad concludeert dat het hoger beroep niet slaagt en bevestigt de aangevallen uitspraak.
Er worden geen gronden gezien voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter I.M.J. Hilhorst-Hagen, in aanwezigheid van griffier A.C.W. Ris-van Huussen, op 30 november 2007.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking van de WAO-uitkering wordt bevestigd.