ECLI:NL:CRVB:2007:BB9281
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- G.J.H. Doornewaard
- J. Brand
- Rechtspraak.nl
Terugvordering voorschot WAO-uitkering zonder dringende reden afgewezen
De zaak betreft een hoger beroep van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) tegen een uitspraak van de rechtbank Alkmaar die het beroep van betrokkene tegen een besluit tot terugvordering van een voorschot op een WAO-uitkering gegrond verklaarde. Het voorschot van €8.289,91 was onverschuldigd betaald over de periode van 12 april 2000 tot 1 maart 2001.
De rechtbank vernietigde het terugvorderingsbesluit omdat het UWV bij het verstrekken van het voorschot het Besluit einde wachttijd en uitlooptermijn WAO, WAZ en WAJONG 1999 niet had toegepast. Het UWV stelde in hoger beroep dat de rechtbank ten onrechte geen onderscheid had gemaakt tussen het besluit dat het voorschot onverschuldigd verklaarde en het terugvorderingsbesluit.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat een gebrek in het oorspronkelijke weigeringbesluit niet in het kader van het terugvorderingsbesluit kan worden aangevoerd, omdat betrokkene geen rechtsmiddelen had aangewend tegen dat besluit. Het voorschot was onverschuldigd betaald en artikel 57, eerste lid, van de WAO verplicht tot terugvordering, tenzij dringende redenen aanwezig zijn. De Raad vond geen dringende redenen aanwezig en vernietigde de uitspraak van de rechtbank, verklaarde het beroep ongegrond en veroordeelde het UWV tot betaling van proceskosten aan betrokkene.
Uitkomst: Het beroep tegen het terugvorderingsbesluit wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.