ECLI:NL:CRVB:2007:BB9331
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- E. Dijt
- Rechtspraak.nl
Weigering ziekengeld op grond van arbeidsongeschiktheid bij aanvang verzekering Ziektewet
Betrokkene, voormalig zelfstandig caféhouder, vroeg in 2003 een WAZ-uitkering aan wegens fysieke klachten. Deze werd geweigerd omdat zijn verdiencapaciteit minder dan 25% was aangetast. In oktober 2004 trad hij in dienst als assistent bedrijfsleider, maar meldde zich eind november ziek met psychische klachten. Een verzekeringsarts verklaarde hem begin 2005 geschikt voor werk, waarna appellant ziekengeld weigerde.
Betrokkene maakte bezwaar en stelde dat hij op dat moment nog niet arbeidsgeschikt was. Een bezwaarverzekeringsarts concludeerde dat betrokkene bij aanvang van de verzekering al arbeidsongeschikt was op fysieke gronden en dat artikel 44 ZW Pro van toepassing was. De rechtbank vernietigde het besluit omdat onvoldoende was aangetoond dat betrokkene bij aanvang psychisch ongeschikt was.
De Centrale Raad van Beroep vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep van appellant gegrond. De Raad stelt dat betrokkene bij aanvang van de verzekering al lichamelijk ongeschikt was voor het werk als assistent bedrijfsleider, en dat de latere psychische klachten niet relevant zijn voor de toepassing van artikel 44 ZW Pro. Hierdoor is de weigering van ziekengeld per 18 januari 2005 terecht.
Uitkomst: Ziekengeld is terecht geweigerd omdat betrokkene bij aanvang van de verzekering arbeidsongeschikt was.