ECLI:NL:CRVB:2007:BB9341

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
22 november 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
07/2805 AKW
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Verzet
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:55 AwbArt. 21 BeroepswetArt. 22 Beroepswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet gegrond verklaard tegen niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens te late griffierechtbetaling

Appellante had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam, maar de Raad verklaarde dit hoger beroep niet-ontvankelijk omdat het griffierecht niet binnen de gestelde termijn was betaald. Appellante deed hiertegen verzet. Tijdens de verzetprocedure bleek dat het griffierecht wel tijdig was voldaan, namelijk op 12 juli 2007.

De Raad oordeelde daarom dat het verzet gegrond moest worden verklaard, waardoor de eerdere niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep vervalt. Het onderzoek wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond ten tijde van de niet-ontvankelijkverklaring.

Er zijn geen proceskosten toegekend aan appellante in het kader van de verzetprocedure. De uitspraak is gedaan door M.M. van der Kade en uitgesproken in het openbaar op 22 november 2007.

Uitkomst: Het verzet wordt gegrond verklaard en het hoger beroep wordt voortgezet.

Uitspraak

07/2805 AKW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
als bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet in verband met het hoger beroep van:
[Appellante],
tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 11 januari 2007, 05/4918 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellante
en
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank.
Datum uitspraak: 22 november 2007
I. PROCESVERLOOP
Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet van 11 oktober 2007 heeft de Raad het door appellante ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.
Tegen voornoemde uitspraak heeft appellante verzet gedaan.
II. OVERWEGINGEN
De uitspraak van de Raad van 11 oktober 2007 berust hierop, dat het bij het instellen van het hoger beroep ingevolge artikel 22 van Pro de Beroepswet verschuldigde griffierecht van € 106,-- niet binnen de bij de brief van 20 juli 2007 gestelde termijn van vier weken is betaald en dat op grond van de beschikbare gegevens redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellante niet in verzuim is geweest.
In het kader van de verzetprocedure is komen vast te staan dat appellante het verschuldigde griffierecht op 12 juli 2007 heeft voldaan.
Gelet op het voorgaande dient het verzet gegrond te worden verklaard.
Dit betekent dat uitspraak van de Raad van 11 oktober 2007 vervalt en dat het onderzoek wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond.
Van door appellante in het kader van de verzetprocedure gemaakte proceskosten is de Raad ten slotte niet gebleken.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Verklaart het verzet gegrond.
Deze uitspraak is gedaan door M.M. van der Kade. De beslissing is, in tegenwoordigheid van A. Kovács als griffier, uitgesproken in het openbaar op 22 november 2007.
(get.) M.M. van der Kade.
(get.) A. Kovács.
III. DÉCISION
La Centrale Raad van Beroep (Cour d'Appel Centrale),
statue:
Déclare le recours fondé.
Par conséquent, décidée par M.M. van der Kade, en présence de A. Kovács en qualité de greffier, ainsi que prononcée en public, le 22 novembre 2007.