ECLI:NL:CRVB:2007:BB9342
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C. van Viegen
- K. Zeilemaker
- L.H. Waller
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering bijstand met terugwerkende kracht en voorwaarden WWB
Appellanten hebben bezwaar gemaakt tegen de weigering van het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Midden-Drenthe om bijstand met terugwerkende kracht toe te kennen vanaf 1 mei 2005. Het College had bijstand toegekend vanaf 1 juni 2005, de datum waarop appellanten zich bij het Centrum voor werk en inkomen (CWI) hadden gemeld. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak.
De Raad overweegt dat bijstand in beginsel niet wordt toegekend voor de datum van de aanvraag of melding bij het CWI, tenzij bijzondere omstandigheden dat rechtvaardigen. Appellanten konden niet aannemelijk maken dat zij vóór 10 juni 2005 een aanvraag om bijstand hadden ingediend; hun contacten met de sociale dienst betroffen een verlenging van een andere uitkering (BBZ 2004). Bovendien waren zij op de hoogte dat de BBZ-uitkering per 1 mei 2005 zou eindigen.
Ten aanzien van de aan de bijstand verbonden voorwaarden oordeelt de Raad dat de verplichting tot uitschrijving bij de Kamer van Koophandel en het beëindigen van de zakelijke rekening rechtsgeldig zijn. De voorwaarde om de opbrengst van een eventuele verkoop van het bedrijfsbelang te melden is eveneens gegrond op de WWB. De Raad wijst erop dat een onmiddellijke verkoop niet kan worden geëist zonder duidelijke tekst, zodat appellanten daartoe niet gehouden zijn.
Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er worden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van bijstand met terugwerkende kracht bevestigd.