ECLI:NL:CRVB:2007:BB9347
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. Beuker-Tilstra
- G.L.M.J. Stevens
- H.R. Geerling-Brouwer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing erkenning burger-oorlogsslachtoffer en WUV-uitkering wegens ontbreken blijvende invaliditeit en oorzakelijk verband
Appellant, geboren in 1939, diende in januari 2006 een aanvraag in op grond van de WUBO en WUV vanwege gezondheidsklachten die hij toeschreef aan zijn internering tijdens de Japanse bezetting in Nederlands-Indië. Verweersters wezen de aanvraag af omdat appellant niet voldeed aan de voorwaarde van blijvende invaliditeit door oorlogsgeweld en omdat de lichamelijke klachten niet in verband konden worden gebracht met de internering.
Appellant voerde aan dat de omgekeerde bewijslast toegepast moest worden en dat zijn myelopathie verband hield met de slechte voedingssituatie in het kamp. De Raad overwoog dat de omgekeerde bewijslast alleen geldt bij algemeen aanvaarde medische inzichten en dat een plausibel verband onvoldoende is. Medische adviezen wezen op andere oorzaken van de klachten, zoals een degeneratieve nekhernia.
De Raad concludeerde dat de gestelde verbanden onvoldoende onderbouwd zijn om erkenning te verlenen en verklaarde het beroep ongegrond. Tevens werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak bevestigt de strikte toepassing van medische criteria en de omgekeerde bewijslast in WUBO- en WUV-zaken.
Uitkomst: De beroepen worden ongegrond verklaard wegens het ontbreken van blijvende invaliditeit en onvoldoende oorzakelijk verband met de internering.