ECLI:NL:CRVB:2007:BB9348
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. Beuker-Tilstra
- G.L.M.J. Stevens
- H.R. Geerling-Brouwer
- Rechtspraak.nl
Beoordeling arbeidsongeschiktheidspercentage invaliditeitsuitkering Algemene Oorlogsongevallenregeling
Appellante, geboren in 1941 in het voormalige Nederlands-Indië, diende in juni 2004 een aanvraag in voor een invaliditeitsuitkering op grond van de Algemene Oorlogsongevallenregeling (AOR). Bij besluit van 23 september 2005 werd zij erkend als oorlogsslachtoffer en werd haar arbeidsongeschiktheidspercentage vastgesteld op 30%. Na bezwaar werd dit percentage verhoogd naar 60%, gebaseerd op medisch onderzoek door psychiater H.S.R. Witte.
Psychiater Witte stelde vast dat 75% van de invaliditeit van appellante voortkomt uit psychische problematiek, waarvan driekwart direct of indirect het gevolg is van de oorlogscalamiteit. Appellante betwistte dit percentage en voerde aan dat haar psychische problematiek niet als een geheel is beschouwd en dat het rapport onjuist is geïnterpreteerd.
De Raad oordeelde dat het besluit en het rapport van psychiater Witte voldoende onderbouwd zijn. De Raad vond dat de psychiater terecht een onderscheid maakte tussen oorlogsgerelateerd letsel en andere traumatiseringen in het verdere leven van appellante. Er was geen aanleiding om het rapport anders te interpreteren dan verweerster deed. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen het vastgestelde arbeidsongeschiktheidspercentage van 60% wordt ongegrond verklaard.