ECLI:NL:CRVB:2007:BB9610
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- H.J. de Mooij
- Rechtspraak.nl
Herziening AOW-uitkering wegens beoordeling duurzaam gescheiden leven bij geregistreerd partnerschap
Betrokkene had een AOW-uitkering aangevraagd waarbij appellant, de Sociale verzekeringsbank, onderzoek deed naar zijn woon- en leefsituatie. Betrokkene gaf aan een geregistreerd partnerschap te hebben met zijn partner, maar niet samen te wonen en alleen in het weekend bij elkaar te verblijven. Op basis hiervan kende appellant een AOW-pensioen toe volgens de gehuwdennorm.
De rechtbank Haarlem verklaarde het bezwaar van betrokkene tegen dit besluit gegrond en oordeelde dat betrokkene duurzaam gescheiden leefde van zijn partner, waardoor hij als ongehuwd moest worden aangemerkt. Appellant stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat uit de feiten en omstandigheden niet ondubbelzinnig blijkt dat betrokkene en zijn partner duurzaam gescheiden leven. Zij onderhouden een langdurige relatie van ruim 22 jaar, verblijven regelmatig samen in elkaars woning, gaan samen op vakantie, maken uitstapjes, eten gemiddeld één keer per week samen en zorgen voor elkaar bij ziekte. Het geregistreerd partnerschap is om fiscale redenen aangegaan, wat volgens de Raad juist een aanwijzing kan zijn voor wederzijdse betrokkenheid.
De Raad vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van betrokkene ongegrond, waardoor het AOW-pensioen op basis van de gehuwdennorm blijft. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 6 december 2007.
Uitkomst: Het beroep van betrokkene tegen het besluit van 20 augustus 2004 wordt ongegrond verklaard en het AOW-pensioen blijft gebaseerd op de gehuwdennorm.