ECLI:NL:CRVB:2007:BB9627
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- B.M. van Dun
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Bevestiging schorsing en hervatting WW-uitkering per 30 augustus 2005
Appellant ontving vanaf juni 2003 een WW-uitkering die door het UWV op 11 juli 2005 werd geschorst vanwege een langdurig verblijf in het buitenland zonder toestemming. Het UWV hervatte de uitkering per 30 augustus 2005, nadat appellant had gemeld teruggekeerd te zijn in Nederland. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze hervatting ongegrond.
In hoger beroep betoogde appellant dat de uitkering al vanaf 11 juli 2005 of subsidiair vanaf 2 augustus 2005 had moeten worden voortgezet, en dat het ontbreken van hoger beroep tegen de schorsing niet als instemming mocht worden gezien. De Raad oordeelde dat het besluit tot schorsing onherroepelijk is en dat de hervatting van de uitkering pas per 30 augustus 2005 terecht plaatsvond, omdat het onderzoek naar het recht op uitkering nog liep.
Daarnaast wees de Raad erop dat het UWV het onderzoek heeft afgerond en de uitkering over bepaalde perioden heeft ingetrokken vanwege onrechtmatig verblijf in het buitenland. De vraag of appellant recht had op uitkering over de vakantieperiode kan in een aparte bezwaarprocedure worden behandeld. De Raad bevestigde het bestreden besluit en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de WW-uitkering van appellant terecht pas per 30 augustus 2005 is hervat na schorsing wegens verblijf in het buitenland.