ECLI:NL:CRVB:2007:BB9686
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- E. Dijt
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering onverschuldigde WAO-uitkering ondanks persoonlijke omstandigheden
Appellante maakte bezwaar tegen de terugvordering van een onverschuldigde WAO-uitkering over de periode 1990-1993. Zij stelde dat zij door ernstige persoonlijke problemen, waaronder stalking en mishandeling, niet in staat was haar financiële zaken te beheren en dat derden van de uitkering profiteerden. Zij verzocht om afzien van terugvordering op grond van dringende redenen.
De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat appellante onjuiste informatie had verstrekt en haar verplichtingen jegens het UWV niet was nagekomen. De Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel en overweegt dat appellante ondanks haar persoonlijke omstandigheden wel degelijk in staat was haar zakelijke belangen te behartigen, mede gelet op haar functie als leerkracht.
De Raad wijst erop dat het destijds geldende artikel 57 van Pro de WAO geen grond bood om wegens dringende redenen af te zien van terugvordering. Ook het feit dat anderen van de uitkering profiteerden doet niet af aan de toerekenbaarheid aan appellante. De Raad bevestigt de uitspraak van de rechtbank en wijst het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van de onverschuldigde WAO-uitkering en wijst het hoger beroep af.