ECLI:NL:CRVB:2007:BB9700
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- B.M. van Dun
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Weigering WW-uitkering wegens geen arbeidsurenverlies door overwerk
Appellante was werkzaam als receptioniste met een gemiddelde arbeidsduur van 18,95 uur per week. Zij verving tijdelijk een collega en werkte daardoor gemiddeld 7 uur extra per week zonder aparte arbeidsovereenkomst voor deze uren.
Na het wegvallen van deze extra uren vroeg zij een WW-uitkering aan wegens vermeend arbeidsurenverlies. Het UWV weigerde de uitkering omdat de verloren uren als overwerk werden beschouwd en niet meetellen voor het vaststellen van arbeidsurenverlies volgens de WW.
De rechtbank oordeelde dat er geen verplichting tot overwerk bestond en dat het overwerk niet inherent was aan de functie. De Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel en stelde dat geen sprake was van een bestendige praktijk die de arbeidsovereenkomst feitelijk uitbreidde. De verloren uren werden terecht als overwerk aangemerkt, waardoor geen recht op WW-uitkering bestond.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WW-uitkering omdat de verloren uren overwerk zijn en geen arbeidsurenverlies opleveren.