ECLI:NL:CRVB:2007:BB9705
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- C.W.J. Schoor
- H.G. Rottier
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en terugwijzing zaak over schorsing WAO-uitkering en besluitvorming bezwaar
Appellant, die sinds 1998 een WAO-uitkering ontving, werd in 2004 geschorst vanwege vermoedens van werkzaamheden als directeur-grootaandeelhouder. Het Uwv nam meerdere besluiten die de uitkering schorsen en intrekken. Appellant maakte bezwaar tegen deze besluiten en stelde beroep in tegen het schorsingsbesluit.
De rechtbank oordeelde dat appellant inkomsten uit arbeid had en dat het Uwv de uitkering terecht had geschorst. Tevens behandelde de rechtbank de bezwaren tegen de besluiten van juni 2005 als beroepschriften, wat volgens de Raad onjuist was. De Raad stelde vast dat de rechtbank procedurele vereisten zoals het heffen van griffierecht en het horen van partijen niet correct had nageleefd.
De Raad vernietigt daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep tegen de schorsing ongegrond. De beroepen tegen de besluiten van juni 2005 worden terugverwezen naar de rechtbank voor een correcte behandeling. Tevens veroordeelt de Raad het Uwv in de proceskosten en vergoedt het griffierecht aan appellant.
Uitkomst: Het beroep tegen de schorsing van de WAO-uitkering wordt ongegrond verklaard en de beroepen tegen de besluiten van juni 2005 worden terugverwezen naar de rechtbank.