ECLI:NL:CRVB:2007:BB9711
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- H.G. Rottier
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering UWV overnemen vakantierechten wegens benadelingshandeling
Appellant, werkzaam als blokkenlijmer bij het bedrijf van zijn vader, nam ontslag in juni 2005 waarna het bedrijf failliet werd verklaard. Hij verzocht het UWV om overname van niet-afgedragen vakantierechten en premies over de periode mei 2004 tot juni 2005.
Het UWV weigerde dit op grond van een benadelingshandeling, omdat appellant niet tijdig zijn werkgever aansprak om de achterstallige rechten bij te boeken. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak.
De Raad overweegt dat appellant wist of had kunnen weten van de achterstanden vanaf juni 2004, maar pas in juni 2005 actie ondernam. Zijn vertrouwen in zijn vader als werkgever en het feit dat hij niet eerder de administratie controleerde, verontschuldigen hem niet. De opgelegde maatregel van blijvende weigering blijft daarom in stand.
De Raad wijst ook op het ontbreken van gronden voor proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer en werd openbaar uitgesproken op 24 oktober 2007.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van het UWV om vakantierechten over te nemen wegens benadelingshandeling.