ECLI:NL:CRVB:2007:BB9740
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- H.G. Rottier
- Rechtspraak.nl
Berekening van de over te nemen bonus bij beëindiging dienstverband volgens Hoofdstuk IV WW
Appellante was sinds 1 februari 2003 in dienst van Flexdent BV en ontving een bonus van 30% over de omzet boven €175.000 per jaar. Na het faillissement van de werkgever op 2 december 2004 verzocht zij om overneming van betalingsverplichtingen op grond van Hoofdstuk IV van de WW. Het UWV stelde het recht op een niet-uitbetaalde bonus over de periode 6 september tot en met 31 december 2004 vast op €1.048,21, wat door appellante werd bestreden.
De rechtbank Leeuwarden verklaarde het beroep gegrond en bepaalde dat de bonus slechts voor zover de opbouwperiode binnen de in artikel 64 WW Pro genoemde tijdvakken valt, voor overneming in aanmerking komt. De rechtbank vond de berekeningswijze van het UWV onredelijk en stelde een evenredige toerekening van de bonus vast op basis van het aandeel van de omzet in de overnemingsperiode.
Appellante ging in hoger beroep tegen deze wijze van berekening en stelde dat de bonus volledig moet worden overgenomen omdat het recht pas ontstaat bij overschrijding van de omzetdrempel tijdens de overnemingsperiode. Tevens stelde zij dat de omzetdrempel naar rato verlaagd moet worden en dat salarisbetalingen over september en oktober 2004 aan de oude bonusaanspraak moeten worden toegerekend.
De Raad overwoog dat het UWV bij een nieuw besluit van 28 november 2006 het oordeel van de rechtbank grotendeels had overgenomen, maar niet volledig aan appellantes verzoek had voldaan. Hierdoor was het hoger beroep niet-ontvankelijk. De Raad stelde dat de bonus slechts naar evenredigheid over de overnemingsperiode kan worden toegerekend en dat de omzetdrempel naar rato moet worden berekend. De subsidiaire stelling over de salarisbetalingen werd verworpen.
De Raad vernietigde het besluit van 28 november 2006 voor zover het de bonus betreft en bepaalde dat het UWV een nieuw besluit moet nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard vanwege een nieuw besluit van het UWV, dat een nieuwe beslissing moet nemen over de over te nemen bonus.