ECLI:NL:CRVB:2007:BB9771
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar wegens overschrijding bezwaartermijn bij afwijzing bijstandsaanvraag
Appellant diende op 16 juni 2005 een aanvraag in voor algemene bijstand op grond van de Wet werk en bijstand. Het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Amersfoort wees deze aanvraag bij besluit van 21 september 2005 af, omdat appellant niet woonachtig was op het opgegeven adres.
Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, maar diende het bezwaarschrift pas op 19 januari 2006 in, wat na de wettelijke termijn van zes weken was. Het College verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding. De rechtbank Utrecht bevestigde dit oordeel.
In hoger beroep stelde appellant dat hij het besluit pas op 18 januari 2006 had ontvangen, maar de Raad overwoog dat het College voldoende had aangetoond dat het besluit op 21 september 2005 per niet-aangetekende post was verzonden en juist geadresseerd was. Volgens vaste jurisprudentie ligt het risico van niet kunnen aantonen van verzending bij de afzender, maar het College leverde een uitdraai van het postregistratiesysteem.
Omdat appellant de ontvangst niet geloofwaardig betwistte, begon de bezwaartermijn op 22 september 2005 te lopen. Het bezwaarschrift was daardoor niet tijdig. De Raad vond geen verschoonbare reden voor de overschrijding en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het bezwaar is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-verschoonbare overschrijding van de bezwaartermijn.