ECLI:NL:CRVB:2007:BB9989

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
29 november 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
07/1708 MPW, 07/1709 MPW
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging invaliditeitspercentage militair invaliditeitspensioen bij lendenwervelaandoening

Appellant stelde in hoger beroep dat het toegekende invaliditeitspercentage van 40% voor zijn aandoening aan de lendenwervelkolom onvoldoende recht doet aan de pijn en hinder die hij ervaart. Hij voerde aan dat de beperkingen ernstiger zijn dan erkend, met name door chronische ischiadicus neuralgie, en dat een hogere waardering volgens WPC 0686 passend zou zijn.

De staatssecretaris handhaafde het invaliditeitspercentage op basis van militair geneeskundige onderzoeken en medisch-specialistische expertise, waaronder orthopedische en neurologische rapporten. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, omdat geen toename van beperkingen was vastgesteld die een hoger invaliditeitspercentage zou rechtvaardigen.

De Raad volgde dit oordeel en stelde vast dat de medische gegevens geen aanwijzingen bevatten voor beperkingen die verder gaan dan "enige moeilijkheden bij het lopen" zoals omschreven in WPC 0685. De door appellant aangevoerde aanvullende medische stukken werden als tardief beoordeeld en niet meegenomen. De Raad bevestigde daarom de eerdere uitspraak en wees een proceskostenveroordeling af.

Uitkomst: Het invaliditeitspercentage van 40% voor de lendenwervelaandoening wordt bevestigd.

Uitspraak

07/1708 MPW
07/1709 MPW
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[Appellant]
tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage van 15 februari 2007, nrs. 06/4255 en 06/4247 (hierna: aangevallen uitspraak),
in de gedingen tussen:
appellant
en
de Staatssecretaris van Defensie (hierna: staatssecretaris)
Datum uitspraak: 29 november 2007
I. PROCESVERLOOP
Namens appellant is hoger beroep ingesteld
De staatssecretaris heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 18 oktober 2007. Voor appellant is daar verschenen mr. G. Mangon, werkzaam bij de Bond van Nederlandse Militaire Oorlogs- en Dienstslachtoffers (BNMO), terwijl de staatssecretaris zich ter zitting heeft laten vertegenwoordigen door mr. M.H.J. Geldof van Doorn, werkzaam bij de Stichting Pensioenfonds ABP.
II. OVERWEGINGEN
1. Voor een meer uitgebreide weergave van de in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden wordt verwezen naar de aangevallen uitspraak. De Raad volstaat hier met het volgende.
1.1. Bij besluiten van 22 december 2003 en van 26 juli 2005, zoals na daartegen gemaakt bezwaar gehandhaafd bij besluiten van respectievelijk 13 april 2006 en 19 april 2006, heeft de staatssecretaris beslist dat geen aanleiding bestaat om bij de berekening van het aan appellant toekomende militair invaliditeitspensioen uit te gaan van een hoger invaliditeitspercentage voor zijn aandoening aan de lendenwervelkolom (LWK) dan de eerder reeds op basis van WPC-nummers 0415 en 0685 toegekende 40%. Gedaagde heeft - dit besluit gebaseerd op de resultaten van naar die aandoening nader ingestelde militair - geneeskundige onderzoeken, in het kader waarvan medisch-specialistische expertise in het woonland van appellant is ingewonnen.
1.2. De rechtbank heeft de door appellant tegen de genoemde besluiten op bezwaar ingestelde beroepen ongegrond verklaard, onder overweging - kort gezegd - dat uit de nader ingestelde militair geneeskundige onderzoeken noch uit de namens appellant nog overgelegde, op dossieronderzoek berustende medische verklaringen van W. Derksen, medisch adviseur van de BNMO, is gebleken van een zodanige toename van uit de LWK-aandoening voortvloeiende beperkingen, dat waardering daarvan - op basis van een ander WPC-nummer - met een hoger invaliditeitspercentage zou zijn aangewezen.
2. In hoger beroep is namens appellant aangevoerd - samengevat - dat met het toegekende invaliditeitspercentage voor de LWK-aandoening onvoldoende recht wordt gedaan aan de pijn en hinder die appellant reeds jaren van deze aandoening ondervindt. Ter zitting van de Raad is deze grief nader gespecificeerd in deze zin, dat de bij appellant aanwezige beperkingen niet - naast waardering met 20% vanwege “belangrijke bewegings-beperking” van de LWK op grond van WPC 0415 - vanwege beiderzijds aanwezige chronische ischiadicus neuralgie met toepassing van WPC 0685 met tweemaal 10% doch met toepassing van WPC 0686 met tweemaal 40% gewaardeerd had moeten worden. Hierbij is gesteld dat niet zozeer sprake is van “enige moeilijkheden bij het lopen” zoals aangegeven in WPC 0685, doch van “lopen moeilijk” zoals aangegeven in WPC 0686.
3. Evenals de rechtbank heeft echter ook de Raad op grond van de voorhanden zijnde medische gegevens - waaronder met name de vanwege de staatssecretaris ingewonnen orthopedische en neurologische expertises - niet kunnen vaststellen dat sprake is van een toename van beperkingen als gevolg van de onderhavige LWK-aandoening buiten de grens van WPC 0685. De namens appellant ter zitting uit die expertises aangehaalde passages geven niet aan dat de beperkingen van appellant bij het lopen groter zijn dan geacht moet worden te zijn gedekt door het begrip “enige moeilijkheden”. Verder zijn van die zijde geen objectieve medische gegevens ingebracht die op de in geding zijnde kwestie een ander licht kunnen werpen. De ter zitting nog genoemde brief van de door appellant inmiddels geraadpleegde pijndeskundige heeft de Raad, als zijnde tardief aangeboden, niet in zijn beoordeling kunnen betrekken.
4. Uit het vorenstaande volgt dat de aangevallen uitspraak voor bevestiging in aanmerking komt. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door A. Beuker-Tilstra als voorzitter en G.L.M.J. Stevens en C.G. Kasdorp als leden. De beslissing is, in tegenwoordigheid van M.J.H. van Baalen als griffier, uitgesproken in het openbaar op 29 november 2007.
(get.) A. Beuker-Tilstra.
(get.) M.J.H. van Baalen.
HD