ECLI:NL:CRVB:2007:BC0007
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. Beuker-Tilstra
- G.L.M.J. Stevens
- C.G. Kasdorp
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit over korting WUV-uitkering wegens Keren Bar-fondsen
Appellante ontvangt sinds 1987 een periodieke uitkering op grond van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 (WUV). Bij een besluit van 11 november 2004 werd een korting op deze uitkering vastgesteld vanwege inkomsten uit dienstbetrekking, waaronder gelden uit Keren Bar-fondsen. Appellante betwistte dat deze gelden als pensioenfondsen moesten worden aangemerkt en voerde aan dat het om privéspaarfondsen ging die niet als vermogenstoeval mochten worden gezien.
De Raad overwoog dat de Keren Bar-fondsen zijn opgericht om een aanvullende pensioenvoorziening te bieden aan artsen, met bijdragen van zowel werknemer als werkgever. Hoewel deelname vrijwillig is en opname pas mogelijk is na beëindiging van het dienstverband, achtte de Raad deze fondsen vergelijkbaar met pensioen- en lijfrenteregelingen en dus als vermogenstoeval in de zin van de Wet.
Echter, de Raad vond dat de richtlijn 19.24 van toepassing moet zijn, waarbij het kapitaal opgebouwd vóór de ingangsdatum van de uitkering als vermogen wordt beschouwd, en het kapitaal opgebouwd vanaf 1997 uitsluitend door appellante buiten beschouwing blijft. Het bestreden besluit werd vernietigd en verweerster werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en verweerster dient een nieuw besluit te nemen met toepassing van richtlijn 19.24.