ECLI:NL:CRVB:2007:BC0019
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- K. Zeilemaker
- J.J.A. Kooijman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering bijstand wegens gezamenlijke huishouding
Appellante ontving bijstand als alleenstaande, maar het College stelde na onderzoek vast dat zij met appellant een gezamenlijke huishouding voerde. Dit leidde tot intrekking van de bijstand en terugvordering van kosten over de periode 1997-2005. De rechtbank vernietigde het besluit wegens procedurele fouten, waarna het College nieuwe besluiten nam.
De Raad oordeelt dat appellanten hun hoofdverblijf in dezelfde woning hadden en zorg droegen voor elkaar, wat een gezamenlijke huishouding vormt volgens de WWB. De Raad verwerpt het standpunt van appellanten dat sprake is van een zuiver commerciële kostgangersrelatie. De Raad bevestigt dat appellante haar inlichtingenplicht heeft geschonden en dat het College terecht de bijstand heeft ingetrokken en kosten heeft teruggevorderd.
Ook de medeterugvordering van appellant wordt gegrond verklaard, omdat hij als partner met wie een gezamenlijke huishouding werd gevoerd, mede aansprakelijk is. Verzoeken tot schadevergoeding worden afgewezen. De Raad bevestigt de aangevallen uitspraak en verklaart de beroepen ongegrond.
Uitkomst: Beroepen tegen terugvordering bijstand worden ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.