ECLI:NL:CRVB:2007:BC0362
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. Bolt
- C.W.J. Schoor
- H.G. Rottier
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit intrekking WAO-uitkering wegens onzorgvuldig medisch onderzoek
Appellante ontving een WAO-uitkering die door het UWV per 4 augustus 2004 werd ingetrokken omdat haar arbeidsongeschiktheid minder dan 15% zou zijn. Na bezwaar en beroep stelde de rechtbank het besluit van het UWV in stand. Appellante voerde aan dat het medisch onderzoek onzorgvuldig was omdat de primaire beoordeling was gedaan door een verzekeringsarts in opleiding en er geen hoorzitting had plaatsgevonden.
De Raad oordeelt dat het besluit inderdaad berust op een onzorgvuldig medisch onderzoek en vernietigt het besluit en de aangevallen uitspraak. Na heropening van het onderzoek heeft een geregistreerd bezwaarverzekeringsarts appellante onderzocht en geconcludeerd dat de eerdere beoordeling juist was. De Raad acht het medisch onderzoek na heropening voldoende zorgvuldig.
De Raad stelt vast dat de functies waarop de WAO-schatting is gebaseerd passend zijn en dat er geen sprake is van verlies aan verdiencapaciteit. Daarom blijft de mate van arbeidsongeschiktheid zoals vastgesteld door het UWV in stand. Vergoeding van schade wordt afgewezen. De Raad veroordeelt het UWV tot betaling van de proceskosten en vergoeding van het griffierecht.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de WAO-uitkering wordt vernietigd wegens onzorgvuldig medisch onderzoek, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.