ECLI:NL:CRVB:2007:BC0385
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- E. Dijt
- Rechtspraak.nl
Beoordeling geschiktheid functies en WAO-uitkering na medische en arbeidsdeskundige rapportages
Appellante, die sinds maart 2003 arbeidsongeschikt is wegens diverse klachten waaronder hoofdpijn en vermoeidheid, verzocht om een WAO-uitkering. Het UWV weigerde deze op basis van medische rapportages en een Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) waarin haar beperkingen waren vastgesteld.
De rechtbank vernietigde het besluit vanwege onvoldoende motivering van de geschiktheid van geselecteerde functies. Het UWV nam daarop een nieuw besluit, opnieuw gebaseerd op een arbeidsdeskundig rapport dat concludeerde dat de functies passend waren.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt de medische grondslag van het UWV-besluit en acht de motivering van de arbeidsdeskundige voldoende. De Raad wijst de bezwaren van appellante af en verklaart het beroep ongegrond, waarmee de weigering van de WAO-uitkering standhoudt.
Uitkomst: Het beroep tegen het UWV-besluit tot weigering van de WAO-uitkering wordt ongegrond verklaard.