ECLI:NL:CRVB:2007:BC0407
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- T. Hoogenboom
- C.P.J. Goorden
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WW-uitkering wegens verwijtbare werkloosheid na keuze snelle vertrekregeling
Appellante was werkzaam als coördinerend vormgever en kreeg te horen dat haar functie kwam te vervallen door een reorganisatie. Zij kon kiezen tussen een snelle vertrekregeling, waarbij de arbeidsovereenkomst werd ontbonden met een vergoeding, of een herplaatsings-/zoektermijn van 23 maanden om een nieuwe baan te vinden.
Appellante koos voor de snelle vertrekregeling en haar arbeidsovereenkomst werd ontbonden per 1 mei 2005. Het UWV weigerde vervolgens haar WW-uitkering omdat zij verwijtbaar werkloos zou zijn geworden door haar keuze, aangezien zij in dienst had kunnen blijven en gebruik had kunnen maken van de herplaatsings-/zoektermijn.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en oordeelde dat de vertrekregeling en de herplaatsings-/zoektermijn niet gelijk zijn en dat appellante redelijkerwijs haar dienstverband had kunnen behouden. In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dit oordeel, waarbij ook werd meegewogen dat de nadere stukken die appellante vlak voor de zitting indiende niet in behandeling konden worden genomen wegens strijd met de goede procesorde.
De Raad concludeerde dat de keuze van appellante voor de snelle vertrekregeling haar verwijtbare werkloosheid opleverde en dat geen omstandigheden aanwezig waren die dit verwijt konden wegnemen. De aangevallen uitspraak werd bevestigd en er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WW-uitkering wegens verwijtbare werkloosheid na keuze voor de snelle vertrekregeling.