ECLI:NL:CRVB:2007:BC0435
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A. Beuker-Tilstra
- G.L.M.J. Stevens
- H.R. Geerling-Brouwer
- Rechtspraak.nl
Geen recht op vergoeding renteschade bij vertraagde uitbetaling arbeidsongeschiktheidspensioen
Appellante ontving vanaf juni 2000 een WAO-uitkering en kreeg in juni 2001 eervol ontslag wegens ziekte. De WAO-uitkering werd per 11 september 2001 beëindigd, waarna de staatssecretaris een arbeidsongeschiktheidspensioen toekende dat eveneens per die datum werd stopgezet. Appellante vroeg later opnieuw een WAO-uitkering aan, die aanvankelijk werd geweigerd maar in 2004 alsnog werd toegekend met terugwerkende kracht vanaf februari 2002. De staatssecretaris kende daarop een arbeidsongeschiktheidspensioen toe met nabetaling in juni 2004.
Appellante verzocht vervolgens om vergoeding van renteschade wegens de vertraagde uitbetaling, maar dit werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde deze uitspraak. De Raad overwoog dat de aanspraak op het arbeidsongeschiktheidspensioen direct gekoppeld is aan de WAO-uitkering en dat appellante nagelaten heeft een aanvraag in te dienen voor het pensioen na intrekking van de WAO-uitkering.
Omdat binnen korte tijd ambtshalve het pensioen werd toegekend en nabetaling plaatsvond, zag de Raad geen verplichting voor de staatssecretaris om renteschade te vergoeden. Ook waren er geen gronden voor vergoeding van proceskosten. De uitspraak werd in het openbaar gedaan op 6 december 2007 door de meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: De staatssecretaris is niet verplicht tot vergoeding van renteschade wegens vertraagde uitbetaling van het arbeidsongeschiktheidspensioen.