ECLI:NL:CRVB:2007:BC0487
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- M.C. Bruning
- K.J. Kraan
- Rechtspraak.nl
Ontslag ambtenaar Belastingdienst wegens ernstig plichtsverzuim en onjuiste belastingaangiften
Betrokkene was sinds 1998 werkzaam bij de Belastingdienst en werd geconfronteerd met een onderzoek naar plichtsverzuim na een melding over onjuiste belastingaangiften. Op 18 oktober 2004 werd hem onvoorwaardelijk ontslag opgelegd wegens meerdere ernstige tekortkomingen, waaronder het doen van onjuiste aangiften inkomstenbelasting, het zonder toestemming drijven van een onderneming en het onjuist invullen van aanvragen voor studiekostenvergoeding.
De rechtbank vernietigde het ontslagbesluit en oordeelde dat het plichtsverzuim niet ernstig genoeg was voor onvoorwaardelijk ontslag, maar hooguit voor voorwaardelijk strafontslag. De Staatssecretaris van Financiën ging hiertegen in hoger beroep. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het plichtsverzuim wel degelijk ernstig was, met name vanwege de omvangrijke en bewust onjuiste aangifte over 1997, en bevestigde het ontslag.
Daarnaast werd geoordeeld dat betrokkene nalatig was in het melden van nevenwerkzaamheden en ondernemingsactiviteiten, en dat hij bewust had geprobeerd zich te verrijken. De Raad stelde dat hoge integriteitseisen gelden voor ambtenaren van de Belastingdienst en dat het ontslag niet onevenredig was. Ook het schorsingsbesluit werd geacht terecht te zijn genomen. De eerdere uitspraak van de rechtbank werd vernietigd en het beroep van betrokkene ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het onvoorwaardelijk ontslag van de ambtenaar wordt bevestigd wegens ernstig plichtsverzuim.