ECLI:NL:CRVB:2007:BC0651
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- G.J.H. Doornewaard
- J. Brand
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot herziening beëindiging studiefinanciering wegens ontbreken nieuwe feiten
Betrokkene verzocht appellante om terug te komen op het besluit tot beëindiging van zijn studiefinanciering per 1 maart 2004, omdat hij meende dat hem ten onrechte studiefinanciering was ontzegd vanwege het niet voldoen aan het nationaliteitsvereiste na afloop van zijn verblijfsdocument.
Appellante wees dit verzoek af op grond van artikel 4:6 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb), omdat betrokkene geen nieuwe feiten of omstandigheden had aangevoerd. De rechtbank verklaarde het beroep van betrokkene gegrond en vernietigde het bestreden besluit, omdat zij oordeelde dat artikel 4:6 Awb Pro geen ruimte biedt voor de beleidsmatige zes-weken-termijn die appellante hanteert.
De Centrale Raad van Beroep vernietigt de uitspraak van de rechtbank en oordeelt dat nieuwe feiten of omstandigheden bij de aanvraag of uiterlijk in de bezwaarprocedure moeten worden aangevoerd. Feiten die pas in de beroepsfase worden ingebracht, mogen niet worden meegewogen. Bij toetsing van het bestreden besluit concludeert de Raad dat er geen nieuwe feiten of omstandigheden zijn die aanleiding geven tot herziening.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak wordt vernietigd. Er worden geen proceskosten toegekend.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd wegens het ontbreken van nieuwe feiten die herziening rechtvaardigen.