ECLI:NL:CRVB:2007:BC0877
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- C.P.M. van de Kerkhof
- E. Dijt
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant, werkzaam als taxichauffeur, viel in november 2002 uit wegens psychische klachten. Het UWV weigerde op 31 oktober 2003 een WAO-uitkering toe te kennen omdat arbeidskundig onderzoek aangaf dat appellant met zijn beperkingen voldoende functies kon vervullen om minder dan 15% inkomensverlies te lijden. Het bezwaar tegen dit besluit werd ongegrond verklaard en de rechtbank verklaarde het beroep eveneens ongegrond.
In hoger beroep stelde appellant dat zijn psychische klachten, gerelateerd aan een Posttraumatische Stressstoornis (PTSS), niet waren verminderd maar zelfs waren toegenomen en dat het UWV ten onrechte geen deskundigenonderzoek had laten verrichten. Tevens betwistte hij de arbeidskundige beoordeling van de belastbaarheid in de geselecteerde functies.
De Raad oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was verricht en dat de bezwaren onvoldoende aanleiding gaven om de conclusies van de bezwaarverzekeringsarts te verwerpen. Het rapport van de psychiater was niet relevant voor de datum in geding en de aanvullende brieven betroffen een latere periode. De Raad vernietigde het bestreden besluit omdat de arbeidskundige toelichting pas in hoger beroep was gegeven, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand. Het UWV werd veroordeeld tot betaling van de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot weigering van de WAO-uitkering wordt vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand; het UWV wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten.