ECLI:NL:CRVB:2007:BC0884
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- G.L.M.J. Stevens
- H.R. Geerling-Brouwer
- R.P.Th. Elshoff
- Rechtspraak.nl
Beoordeling terugwerkende kracht bij herziening grondslag uitkering vervolgingsslachtoffer
Appellant, een uitkeringsgerechtigde vervolgingsslachtoffer, verzocht om herziening van de grondslag van zijn periodieke uitkering. De Pensioen- en Uitkeringsraad stelde vast dat bij de oorspronkelijke vaststelling in 1973 ten onrechte geen rekening was gehouden met inkomsten uit een nevenfunctie, en verhoogde de grondslag per 1 februari 2007.
Bij bezwaar werd de ingangsdatum van deze verhoging met terugwerkende kracht vastgesteld op 1 februari 2002, vijf jaar voor het herzieningsverzoek. Appellant betoogde dat vanwege de ambtelijke fout en zijn pensioengerechtigde leeftijd een langere terugwerkende kracht op zijn plaats was.
De Raad overwoog dat de bevoegdheid tot herziening discretionair is en dat het beleid van vijf jaar terugwerkende kracht bij ambtelijke fouten aanvaardbaar is, tenzij bijzondere omstandigheden zich voordoen. In dit geval waren geen bijzondere omstandigheden aanwezig die een langere terugwerkende kracht rechtvaardigen. Bovendien had appellant niet tijdig bezwaar gemaakt of actie ondernomen om de grondslag eerder te laten herzien.
De Raad verklaarde het beroep ongegrond en wees een vergoeding van proceskosten af. De beslissing werd genomen door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 13 december 2007.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de terugwerkende kracht van vijf jaar wordt gehandhaafd.