ECLI:NL:CRVB:2007:BC0903
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- T. Hoogenboom
- C.P.J. Goorden
- Rechtspraak.nl
Beëindiging WW-uitkering wegens niet gemelde werkzaamheden in winkel neef
Appellant ontving vanaf 7 april 2003 een WW-uitkering voor 10 uur per week. Uit een fraudeonderzoek bleek dat hij vanaf 1 januari 2004 werkzaamheden verrichtte in de winkel van zijn neef zonder dit te melden aan het UWV. Appellant stelde dat het vrijwilligerswerk was, ingegeven door familiecultuur, en dat hij het niet hoefde te melden.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en stelde dat de werkzaamheden economisch verkeer betroffen en gericht waren op het verkrijgen van een voordeel, waardoor appellant volgens de WW niet als werknemer werd beschouwd. De Raad onderschreef dit oordeel en benadrukte dat het niet melden van deze werkzaamheden een schending van artikel 25 WW Pro is, waardoor het recht op uitkering eindigde.
De Raad wees het verweer van appellant af dat het werkbriefje onduidelijk was en dat hij niet wist dat hij het moest melden. Ook de omvang van de werkzaamheden, geschat op 30 uur per week, werd als voldoende onderbouwd beschouwd. De aangevallen uitspraak werd bevestigd en de WW-uitkering terecht beëindigd.
Uitkomst: De WW-uitkering van appellant is terecht beëindigd wegens niet gemelde werkzaamheden in de winkel van zijn neef.