ECLI:NL:CRVB:2007:BC0906
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- T. Hoogenboom
- C.P.J. Goorden
- Rechtspraak.nl
Bevestiging korting WW-uitkering wegens verwijtbaar verzuim en werkhouding
Appellante had een WW-uitkering aangevraagd na beëindiging van haar dienstverband in het kader van de Wet Inschakeling Werkzoekenden (WIW). Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) had aanvankelijk de uitkering geheel geweigerd, maar na bezwaar werd een korting van 35% voor 26 weken opgelegd wegens verwijtbaar gedrag.
De rechtbank had geoordeeld dat appellante verwijtbaar werkloos was geworden omdat zij ondanks meerdere mondelinge en schriftelijke waarschuwingen over haar aanwezigheid, werkhouding en motivatie haar gedrag niet had aangepast. Appellante was zonder geldige reden niet op het werk verschenen en had zich niet correct ziek gemeld. Medische aspecten die zij aanvoerde werden niet aannemelijk gemaakt met medische verklaringen.
In hoger beroep voerde appellante aan dat haar niet-bemiddelbaarheid voor regulier werk en haar persoonlijke situatie niet aan haar toegerekend konden worden. De Raad oordeelde echter dat haar gedrag zodanig verwijtbaar was dat zij redelijkerwijs had moeten begrijpen dat dit tot ontslag zou leiden. De korting op de WW-uitkering werd daarom bevestigd.
De Raad zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en bevestigde het bestreden besluit van het Uwv en de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: De korting van 35% op de WW-uitkering wegens verwijtbaar gedrag wordt bevestigd.