ECLI:NL:CRVB:2007:BC0914
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- R. Kooper
- M.C. Bruning
- Rechtspraak.nl
Forensenvergoeding gebaseerd op meest gebruikelijke route, niet kortste route
Betrokkene, officier van justitie te Maastricht, diende een aanvraag in voor een forensenvergoeding gebaseerd op een afstand van 22 km via de meest gebruikelijke route. De minister stelde de vergoeding echter vast op basis van de kortste route van circa 18,5 km, wat leidde tot een lagere vergoeding. Betrokkene maakte bezwaar tegen deze vaststelling.
De rechtbank ’s-Hertogenbosch verklaarde zich onbevoegd en verwees de zaak naar de Centrale Raad van Beroep, die bevoegd is voor rechterlijke ambtenaren. De Raad stelde vast dat de minister bevoegd was het besluit te nemen en onderzocht de vraag of de vergoeding gebaseerd moet zijn op de meest gebruikelijke of kortste route.
De Raad concludeerde dat het begrip reisafstand in de regeling en het aanvraagformulier verwijst naar de meest gebruikelijke route, conform de Wet op de loonbelasting 1964. Betrokkene had voldoende onderbouwd dat de kortste route in haar geval onpraktisch en gevaarlijk was, en aanzienlijk langer duurde. Daarom vernietigde de Raad het besluit en bepaalde dat de minister een nieuw besluit moet nemen op basis van de meest gebruikelijke route.
Daarnaast veroordeelde de Raad de minister in de proceskosten van betrokkene en bepaalde vergoeding van het griffierecht.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit van de minister wordt vernietigd; de forensenvergoeding moet worden berekend op basis van de meest gebruikelijke route.