ECLI:NL:CRVB:2007:BC0927
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- T. Hoogenboom
- C.P.J. Goorden
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering WW-uitkering en boete wegens schending informatieplicht directeur-grootaandeelhouder
Appellant, directeur-grootaandeelhouder van een B.V., ontving vanaf 2000 een WW-uitkering. Over de periode van februari 2002 tot november 2003 verrichtte hij werkzaamheden voor zijn eigen vennootschap, wat leidde tot het oordeel dat sprake was van zelfstandige arbeid. Hierdoor verloor appellant het werknemerschap en werd zijn WW-uitkering met terugwerkende kracht herzien.
Het UWV vorderde vervolgens het onverschuldigd betaalde bedrag van €7.217,47 terug en legde een boete op wegens het niet nakomen van de informatieverplichting. De rechtbank verklaarde het beroep tegen de boete gegrond, maar het beroep tegen de terugvordering ongegrond, waarbij werd vastgesteld dat het UWV verplicht was tot terugvordering tenzij dringende redenen aanwezig waren, welke niet waren gebleken.
In hoger beroep voerde appellant aan dat het UWV al sinds 1996 op de hoogte was van zijn positie en dat het UWV een fout had gemaakt. De Raad overwoog dat het besluit tot herziening van de WW-uitkering onaantastbaar was en dat het UWV terecht het bedrag terugvorderde. Dringende redenen om van terugvordering af te zien waren niet gebleken. De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en wees een vergoeding van proceskosten af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van de onverschuldigd betaalde WW-uitkering en wijst het beroep tegen de boete af.