ECLI:NL:CRVB:2007:BC1098
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- H.J. Simon
- H.J. de Mooij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlaging WAZ-uitkering na herbeoordeling arbeidsongeschiktheid zelfstandige
Appellant, een voormalig meewerkend directeur/vennoot van een horecabedrijf, ontving sinds 31 januari 2002 een WAZ-uitkering wegens 80-100% arbeidsongeschiktheid. Na een herbeoordeling door een verzekeringsarts en arbeidsdeskundige werd vastgesteld dat appellant nog wel mogelijkheden had om te werken, wat leidde tot een verlaging van de uitkering naar 35-45% arbeidsongeschiktheid per 30 augustus 2003.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat de medische beoordeling onvolledig was omdat de bezwaarverzekeringsarts geen nader onderzoek had laten verrichten naar recente informatie van de behandelend cardioloog. Tevens betwistte hij de vaststelling van het maatmaninkomen, omdat dit was gebaseerd op het inkomen na verkoop van zijn B.V., terwijl hij daarvoor een hoger loon genoot.
De Raad oordeelde dat de medische beoordeling zorgvuldig was uitgevoerd, inclusief de beoordeling van de cardioloog, en dat appellant onvoldoende medisch bewijs had geleverd om twijfel te rechtvaardigen. Ook was het maatmaninkomen correct berekend op basis van het gemiddelde inkomen van de drie jaar voorafgaand aan de arbeidsongeschiktheid, en niet op het hogere loon uit 1997. De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: De verlaging van de WAZ-uitkering naar 35-45% arbeidsongeschiktheid wordt bevestigd.