ECLI:NL:CRVB:2007:BC1492
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- C. van Viegen
- J.L.P.G. van Thiel
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandsaanvraag als alleenstaande ouder wegens ontbreken volledige zorg
Appellant diende op 20 oktober 2004 een aanvraag in voor bijstand naar de norm voor een alleenstaande ouder op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Het College verzocht appellant om nadere informatie, waaronder een geldig legitimatiebewijs van zijn kind, omdat eerdere bewijsstukken niet overtuigend waren.
Na een huisbezoek op 18 november 2004 en een onderzoek kon niet worden vastgesteld dat appellant de volledige zorg droeg voor zijn dochter, geboren op 20 november 2000. In de woning werden persoonlijke spullen van de moeder aangetroffen, maar niets van het kind. De verklaring van appellant dat zijn dochter met haar moeder naar Ierland was gereisd, werd niet onderbouwd met objectieve gegevens.
Het College wees de aanvraag af en verklaarde het bezwaar ongegrond. De rechtbank bevestigde dit besluit. In hoger beroep oordeelde de Centrale Raad van Beroep dat appellant niet voldeed aan de definitie van alleenstaande ouder in de WWB, omdat hij geen volledige zorg droeg voor het kind. De kinderbijslaguitkering door de Sociale Verzekeringsbank werd niet als bewijs gezien voor volledige zorg.
De Raad bevestigde de eerdere uitspraak en zag geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De aanvraag voor bijstand als alleenstaande ouder wordt afgewezen omdat niet is vastgesteld dat appellant de volledige zorg voor zijn kind had.