ECLI:NL:CRVB:2007:BC1544
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.C.M. van Laar
- J.F. Bandringa
- E. Dijt
- Rechtspraak.nl
Beoordeling geschiktheid functies en afwisseling houding bij WAO-uitkering
Betrokkene ontving een WAO-uitkering wegens nek- en rugklachten en werd herbeoordeeld. De arbeidsdeskundige selecteerde drie functies die betrokkene zou kunnen verrichten, met een berekende verdiencapaciteitsverlies van 53,09%. De uitkering werd daarop aangepast. De rechtbank stelde vast dat de medische grondslag onjuist was omdat de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) niet adequaat de vereiste afwisseling van zitten, staan en lopen weerspiegelde.
De Raad overwoog dat beperkingen in de FML niet automatisch garanderen dat functies voldoende afwisseling bieden. De arbeidsdeskundige moet dit zorgvuldig motiveren. De Raad oordeelde dat het bestreden besluit in strijd is met artikel 7:12, eerste lid, Awb, omdat de afwisseling van houding niet voldoende was gewaarborgd in de geselecteerde functies.
De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank, verbeterde de motivering en veroordeelde appellant in de proceskosten. Het beroep werd gegrond verklaard en het besluit vernietigd wegens onjuiste medische grondslag en onvoldoende arbeidskundige toetsing.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot herziening van de WAO-uitkering wordt vernietigd wegens onvoldoende medische grondslag omtrent afwisseling van houding.