ECLI:NL:CRVB:2007:BC1546
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- C. van Viegen
- J.L.P.G. van Thiel
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijstandsverlening zelfstandigen wegens niet-levensvatbaar bedrijf
Appellant, die sinds 2002 bijstand ontvangt, heeft op 21 juli 2005 een aanvraag ingediend voor bijstand in het kader van het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen 2004 (Bbz 2004). Deze aanvraag werd door het College afgewezen omdat het bedrijf niet levensvatbaar werd geacht en de kredietbehoefte hoger was dan toegestaan. De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze afwijzing ongegrond.
In hoger beroep betoogde appellant onder meer dat het College niet het volledige dossier had overgelegd, dat het advies van IMK onzorgvuldig en mogelijk vooringenomen was, en dat hem het recht op een eerlijk proces werd ontnomen door het niet benoemen van een onafhankelijke deskundige. De Raad oordeelde dat het College zich terecht op het deskundigenadvies van IMK kon baseren, dat er geen aanwijzingen waren voor onzorgvuldigheid of vooringenomenheid, en dat artikel 6 EVRM Pro geen verplichting tot ambtshalve benoeming van een deskundige inhoudt.
De Raad bevestigde daarmee het oordeel van de rechtbank dat het bedrijf niet levensvatbaar is en dat de aanvraag terecht is afgewezen. Het hoger beroep werd afgewezen en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De aanvraag bijstandsverlening zelfstandigen wordt afgewezen wegens niet-levensvatbaarheid van het bedrijf.