ECLI:NL:CRVB:2007:BC1665
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- K. Zeilemaker
- L.H. Waller
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstand wegens schending inlichtingenverplichting en vermogen
Appellant ontving bijstand vanaf mei 2003, maar meldde niet dat hij over twee bankrekeningen beschikte met een vermogen boven de vrij te laten grens. Het College van B&W van ’s-Gravenhage trok de bijstand in en vorderde de kosten terug wegens schending van de inlichtingenverplichting. Appellant reageerde niet tijdig op verzoeken om bankafschriften, maar leverde deze later in hoger beroep, met de stelling dat het vermogen aan zijn vader toebehoorde.
De Raad oordeelt dat appellant de inlichtingenplicht heeft geschonden door niet tijdig te reageren. Echter, op basis van de alsnog overgelegde bankafschriften kan het recht op bijstand worden vastgesteld. De bankafschriften tonen dat appellant de rekeningen gebruikte en betalingen verrichtte, waardoor zijn stelling onvoldoende aannemelijk is. De Raad weigert het horen van de vader als getuige.
Het besluit tot intrekking van de bijstand wordt vernietigd omdat het op een onjuiste grondslag berust, maar de rechtsgevolgen blijven in stand. De terugvordering van de bijstandskosten is terecht, omdat appellant over het vermogen beschikte en de bijstand ten onrechte is verleend. De Raad wijst een verzoek tot vergoeding van griffierecht toe, maar veroordeelt het College niet in proceskosten vanwege het eigen verzuim van appellant.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van bijstand wordt vernietigd, maar de terugvordering van bijstandskosten blijft gehandhaafd.