ECLI:NL:CRVB:2006:AV4017
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens schending inlichtingenplicht
Appellant ontving vanaf 25 april 2002 bijstand op grond van de Algemene bijstandswet (Abw). Gedaagde trok bij besluit van 11 juni 2003 het recht op bijstand in en vorderde terugbetaling van € 11.614,23 wegens het niet nakomen van de inlichtingenplicht. Appellant had niet gemeld dat er bedragen waren gestort op de bankrekening van zijn partner en dat zijn partner inkomsten had ontvangen, en had niet tijdig bankafschriften overgelegd.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar in hoger beroep oordeelt de Raad dat de intrekking niet deugdelijk is gemotiveerd. Omdat appellant in hoger beroep alsnog de gevraagde bankafschriften heeft overgelegd, kan het recht op bijstand over de periode worden vastgesteld. Hierdoor vervalt de grondslag voor intrekking en terugvordering.
De Raad vernietigt het besluit van 26 augustus 2003 en gelast gedaagde een nieuw besluit te nemen. Proceskostenveroordeling wordt afgewezen omdat appellant zelf de procedure heeft veroorzaakt door niet tijdig te voldoen aan de inlichtingenverplichting.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking en terugvordering van bijstand wordt vernietigd en gedaagde moet een nieuw besluit nemen.