ECLI:NL:CRVB:2007:BC1817
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- R.H.M. Roelofs
- A.B.J. van der Ham
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens gezamenlijke huishouding
Appellante ontving bijstand van het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Zeist sinds 1999. Na een melding dat zij samenwoonde met een ander, heeft de Sociale Recherche een onderzoek ingesteld. Dit leidde tot het besluit van het College om de bijstand over een bepaalde periode in te trekken en de kosten terug te vorderen, omdat appellante zonder melding een gezamenlijke huishouding voerde.
De rechtbank vernietigde het besluit op formele gronden, maar liet de rechtsgevolgen in stand. Appellante ging in hoger beroep tegen dit laatste en voerde aan dat er geen gezamenlijke huishouding was en dat de redelijke termijn was overschreden.
De Raad bevestigt dat appellante en de ander een gezamenlijke huishouding voerden, gebaseerd op verklaringen en onderzoek. De Raad wijst het verweer tegen de redelijke termijn af, omdat de procedure binnen twee jaar en twee maanden is afgerond, wat binnen de normen valt.
Het College was bevoegd tot intrekking en terugvordering op grond van de WWB en handelde volgens redelijke beleidsregels. Er zijn geen bijzondere omstandigheden die afwijking hiervan rechtvaardigen. De uitspraak bevestigt de eerdere beslissing en laat de rechtsgevolgen van de intrekking en terugvordering in stand.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van bijstand wegens gezamenlijke huishouding wordt bevestigd en de redelijke termijn is niet overschreden.