ECLI:NL:CRVB:2007:BC1825
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- T. Hoogenboom
- C.P.J. Goorden
- Rechtspraak.nl
Herziening dagloonberekening en maatregel verwijtbare werkloosheid WW-uitkering
Appellant was werkzaam bij Banketbakkerij-Chocolaterie G.J. Looijenga en nam ontslag om een tijdelijke stage in Zwitserland te volgen bij Early Beck. Het UWV kende hem een WW-uitkering toe met een dagloon van €17,88 en legde een maatregel van 35% verlaging op wegens verwijtbare werkloosheid. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat appellant lichtvaardig ontslag had genomen en dat de maatregel terecht was opgelegd.
In hoger beroep betwist appellant de verwijtbaarheid van zijn ontslag en stelt dat het dagloon te laag is vastgesteld omdat een deel van zijn loon als loon in natura via derden werd betaald. De Raad onderschrijft de verwijtbare werkloosheid maar oordeelt dat de rechtbank en het UWV onterecht de betalingen van Early Beck aan derden niet als loon hebben meegeteld. Deze betalingen moeten worden aangemerkt als loon, tenzij het vrije verstrekkingen zijn.
De Raad vernietigt daarom het besluit voor zover het dagloon is vastgesteld op €17,88 en bepaalt dat het UWV een nieuw besluit moet nemen met een juiste dagloonberekening. Tevens wordt het betaalde griffierecht aan appellant vergoed.
Uitkomst: De maatregel wegens verwijtbare werkloosheid wordt bevestigd, maar het besluit over het dagloon wordt vernietigd en terugverwezen voor herberekening.