ECLI:NL:CRVB:2007:BC2003
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- C. van Viegen
- J.L.P.G. van Thiel
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Wik-uitkering wegens niet voldoen aan omzeteis in 2004 niet in strijd met vertrouwensbeginsel
Appellante ontving vanaf 1 september 2003 een uitkering op grond van de Wet inkomensvoorziening kunstenaars (Wik). In het kader van een heronderzoek in 2004 adviseerde het adviesorgaan K&Co het College over de beroepsmatigheid van appellante. Het College vroeg appellante om opgave van haar bruto-omzet over 2004, maar beëindigde vervolgens de uitkering omdat niet was aangetoond dat aan de omzeteis was voldaan.
Appellante stelde in hoger beroep dat het College onrechtmatig had gehandeld en dat het vertrouwensbeginsel was geschonden. De Raad oordeelde dat de mededelingen van het adviesorgaan K&Co niet rechtstreeks aan het College konden worden toegerekend en dat er geen sprake was van onbevoegd vertrouwen. De rechtbank had terecht geoordeeld dat appellante op de hoogte had kunnen zijn van de omzetvereiste en dat zij naliet contact op te nemen voor opheldering.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde het oordeel van de rechtbank en wees het beroep van appellante af. Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling. De uitkering werd terecht beëindigd per 1 januari 2005 omdat appellante niet voldeed aan de wettelijke inkomenseis over 2004.
Uitkomst: De beëindiging van de Wik-uitkering wegens het niet voldoen aan de omzeteis in 2004 wordt bevestigd en het beroep van appellante wordt afgewezen.