ECLI:NL:CRVB:2007:BC2050
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- C. van Viegen
- J.L.P.G. van Thiel
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens gezamenlijke huishouding en schending inlichtingenplicht
Het College van burgemeester en wethouders van Maastricht stelde beroep in tegen de uitspraak van de rechtbank Maastricht die het bezwaar van betrokkene tegen een terugvorderingsbesluit ongegrond verklaarde. De kern van het geschil betrof de vraag of betrokkene en [v. H.] een gezamenlijke huishouding voerden in de periodes van 11 juli 1997 tot 30 november 1997 en van 17 januari 2002 tot 1 april 2005, en of daardoor de bijstand aan [v. H.] mede van betrokkene teruggevorderd mocht worden.
De rechtbank had geoordeeld dat onvoldoende aanwijzingen bestonden voor wederzijdse zorg, een vereiste voor gezamenlijke huishouding, maar de Centrale Raad stelde vast dat het gezamenlijke hoofdverblijf wel vaststond en verwees naar een gerelateerde uitspraak waarin ook de wederzijdse zorg werd bevestigd. Tevens was vastgesteld dat [v. H.] onjuiste inlichtingen had verstrekt over zijn woonsituatie, waardoor terugvordering gerechtvaardigd was.
De Raad oordeelde dat het College bevoegd was de kosten van de ten onrechte verleende bijstand mede van betrokkene terug te vorderen en dat het terugvorderingsbeleid binnen redelijke grenzen bleef. Het beroep van het College werd gegrond verklaard, de eerdere uitspraak vernietigd en het beroep tegen het besluit van 4 november 2005 ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van het College wordt ongegrond verklaard en het College mag de bijstandskosten mede van betrokkene terugvorderen.