ECLI:NL:CRVB:2007:BC2066
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- C. van Viegen
- J.L.P.G. van Thiel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering bijzondere bijstand voor kosten rechtsbijstand en griffierecht
Appellant heeft bijzondere bijstand aangevraagd voor verschillende kosten gerelateerd aan rechtsbijstand en griffierecht, waarvan de aanvraag pas na het ontstaan van de kosten werd gedaan. Het College van burgemeester en wethouders van Utrecht weigerde de bijzondere bijstand voor de meeste kostenposten vanwege het niet tijdig indienen van de aanvraag, conform het gemeentelijk beleid.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak in hoger beroep. De Raad overweegt dat volgens vaste rechtspraak van de WWB geen bijstand wordt verleend voor kosten die zijn gemaakt vóór de datum van de aanvraag, tenzij bijzondere omstandigheden dit rechtvaardigen. Het College hanteert een beleid waarbij een aanvraag voor bijzondere bijstand inzake kosten van gerechtelijke procedures vóór aanvang van de procedure moet worden ingediend, met een uitzondering voor een termijn van veertien dagen na afgifte van een toevoeging.
De Raad stelt vast dat het College dit beleid consistent heeft toegepast en dat er geen bijzondere omstandigheden zijn die een afwijking rechtvaardigen. Hoewel het beleid niet algemeen bekend is gemaakt, is dat niet doorslaggevend. De aanvraag van appellant was te laat en daarom terecht afgewezen. Het hoger beroep wordt afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er is geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van bijzondere bijstand wegens niet tijdige aanvraag.