ECLI:NL:CRVB:2007:BC3708
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen beëindiging toeslag op grond van geen zelfstandig bestuursbesluit
Appellant ontving een toeslag op grond van de Toeslagenwet die vanaf 1 januari 2000 gefaseerd zou worden afgebouwd en per 1 januari 2003 geheel zou worden beëindigd. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) stuurde op 26 november 2002 een brief waarin deze beëindiging werd bevestigd. Appellant maakte bezwaar tegen deze brief, maar dit bezwaar werd niet-ontvankelijk verklaard omdat de brief niet werd aangemerkt als een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat het rechtsgevolg reeds was vastgesteld door het eerdere besluit van 28 november 2000. In hoger beroep voerde appellant aan dat de brief wel rechtsgevolg had en dat het vertrouwensbeginsel en het gelijkheidsbeginsel in zijn voordeel spraken.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de brief niet gericht was op een zelfstandig rechtsgevolg en bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank. De Raad vond geen nieuwe argumenten in het hoger beroep die tot een ander oordeel konden leiden en wees een vergoeding van proceskosten af.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de brief over beëindiging toeslag is niet-ontvankelijk verklaard omdat de brief geen zelfstandig bestuursbesluit is.